Wil jij een glaasje chambretin
Nou, schenk jezelf maar even in
Maar denk erom: je mag niet morsen
Op mijn antiek Louis Quatorze

Het trotse vaartuig was gebroken
En stierf op een barbaarse kust
En daarna kwam de zee tot rust
Zij had zich op de mens gewroken
Alleen een jonge passagier
Was door een wonder blijven leven
En lag in 't donker na te beven
Als een vermoeid en weerloos dier

Maar in de vroege zonnestralen
Verhief hij zich opnieuw als man
En met het onverschrokken plan
Om zelf zijn noodlot te bepalen
Berooid en moederziel alleen
Begon hij landinwaarts te lopen
Met de geheimen van de tropen
Als duizend ogen om zich heen

Hij zag verscheurende insecten
En vampiers, badend in een stroom
Hij zag een ademende boom
Met takken die zich naar hem rekten
Maar bloemen zongen hem een lied
En slangen likten hem de handen
Hij had gereisd door vele landen
Dit eiland kende hij nog niet

Bedekt met zweet en felle wonden
Bereikte hij een open dal
Waaronder, helder als kristal
De eerste avondsterren stonden
En in de grazig zachte grond
Hij kon zich even niet verroeren
Zag hij de lokkende contouren
Van een ontzaggelijke mond

Het grootse vuurwerk ging beginnen
Hij voelde 't gloeien van de lont
De rode weelde van die mond
Bedwelmde zijn intiemste zinnen
En toen het wezen hem verslond
Gleed met een glimlach hij naar binnen
In een tel sterven en beminnen
Was de bestemming die hij vond

Vídeo incorreto?