Wij, Hollandse knapen, zo jong en zo blij
In vrijheid verenigd tezaam
Een schare van jeugdige ridders zijn wij
De padvinder is onze naam
Langs de weg, die omhoog leidt, blinkt ons ideaal
De deugd is het doel van den tocht
Ons woord is ons heilig en rein onze taal
Wij helpen waar hulp wordt gezocht

Vlug gaan onze voeten en 't hart klopt ons warm
Wij bieden elkeen onze groet
Wij kennen geen rijk en wij kennen geen arm
Alleen maar het eerlijk gemoed
Elk is voor den ander een trouw kameraad
Dat nimmer een padvinder zwicht
Wij kennen geen vroeg en wij kennen geen laat
Wat 't geldt onze roeping: de plicht